Wat te doen?
Partijdemokratuur of het failliet van de democratie
“Wat te doen?” was het geschrift, dat door Lenin in 1902 werd geschreven en wat de blauwdruk vormde voor zijn bolsjewistische partij. Toen was de Russische marxistische beweging op het punt gekomen, dat het de aanhang moest gaan organiseren in een politieke partij om de eenheid binnen de eigen gelederen te bewaren en om het proletariaat te mobiliseren voor de revolutie. Nu, wij zijn geen marxisten noch staan we op het punt om vanuit een omvangrijke aanhang een partij te stichten. De reden voor de keuze van deze titel is om te benadrukken, dat de nationalistische stroming ook op een punt is aanbeland, waarop het zichzelf afvraagt welke koers we moeten gaan varen in de toekomst.
De discussie over de politieke koers van de nationalistische beweging houdt de gemoederen al jarenlang bezig. Kleine verkiezingssuccessen van versplinterde partijtjes deden bij velen nog de hoop opflakkeren, dat er toch nog eens een doorbraak kan komen. Na twintig jaar nationalistische partijpolitiek is die doorbraak nog steeds niet in zicht en de repressie van de regenten in Den Haag jegens nationalistische partijpolitieke structuren neemt alleen maar toe. Zo heeft menig partijpolitieke veteraan de hoop op een nabije verkiezingsoverwinning opgegeven en werkt noestig aan een nationalistische beweging, die de maatschappij warm moet maken voor het nationalistische gedachtegoed. Maar bij velen blijft de vraag spelen of er uit de beweging op een dag een politieke partij moet ontstaan. Anderen verwachtten, dat de beweging een ideologie uit haar hoed tovert met als bonus een schare trouwe volgelingen. Dit is de stand van de discussie. Naar mijn mening heeft de partijpolitiek afgedaan en moet de beweging de rol spelen van een gistend vat bier, dat door de opportunistische en domme zogenaamde ‘leidersfiguren’ genegeerd wordt vanwege haar wrange smaak, maar dat juist door de onbaatzuchtige aktivisten en denkers geduldig en met zorg op smaak gebracht wordt!
De eerste vraag, die bij iedereen zal opduiken is waarom ik vind, dat de partijpolitiek heeft afgedaan. Niet alleen de uitblijvende verkiezingssuccessen en het hopeloze geklungel van de partijen hebben mij tot die conclusie gebracht. Dat zou immers wel erg gemakkelijk door mij worden geconcludeerd. Ook het huidige inzicht, dat het de partijen ontbreekt aan een achterban van aktivisten en denkers, een ideologie of toch op zijn minst een consistent programma, sterkt mijn mening. Partijbonzen zullen hierop antwoorden, dat de beweging daarvoor maar moet zorgen en dat zij het daarna wel weer over zullen nemen.
Ik ben niet bereid om voor een verrot en achterhaald concept als een politieke partij te werken; het trekt op de korte termijn alleen maar volk aan, wiens belangstelling slechts uitgaat naar de verkiezingen, en op lange termijn trekt het opportunisten en baantjesjagers (lees: plucheverslaafden) met zich mee. Bovendien zal het nu vele jaren en veel energie kosten, voordat we weer volwaardig kunnen optreden op het toneel van de nationale parlementaire democratie. En wat is het resultaat? Ten eerste zal het nationale toneel ‘leeg’ zijn, want alle macht zal zijn overgeheveld naar de Europese ‘circus’, waar de regenten onderling de baantjes verdelen. Ik voorzie, dat we ons jarenlang zullen inspannen om een politieke partij op te richten om vervolgens achter het net vissen! Ten tweede hangt ons bestaan dan af van verkiezingssuccessen en, ondanks dat feit, zullen we door de andere partijen toch genegeerd worden en door het juridische apparaat gecriminaliseerd en vervolgens verwijderd worden uit het politieke bestel. Onze denkbeelden zullen hierdoor helemaal de aandacht van het volk verliezen, omdat we uit de gangbare ‘spreekbuis’ voor politiek - het bestel van politieke partijen - zijn verwijderd.
De ‘traditionele’ weg om via de parlementaire democratie macht en ingang te vinden voor onze ideeën is naar mijn mening niet de weg, die wij zouden moeten gaan bewandelen. Ten eerste spelen we met de andere partijen een spelletje ‘stemmen graaien’ en ‘politieke correctheid’, dat we nooit kunnen winnen, omdat de gevestigde partijen de spelregels bepalen en de grootste troeven (i.e. de staat en de justitie) in handen hebben. We spelen dan in feite hun spel volgens hun regels! Ten tweede begeven we ons met de partijpolitiek in de trog der parlementaire democratie. We zullen ten allen tijde de macht moeten delen met andere partijen, die in meer of mindere mate met onze denkbeelden meegaan, en onze idealen moeten laten kortwieken of zelfs laten varen om maar zelfs een korte periode te kunnen regeren. Dat kan tot onenigheid leiden in de achterban en tot teleurstelling bij het volk. Ook zullen we worden geïdentificeerd met de corruptie en het baantjescarrousel van Den Haag of Brussel, dat na de verkiezingen weer wordt aangezwengeld. Oppositie blijven voeren is niets anders dan de acceptatie van de hegemonie van anderen - de regering houdt in de eigen gelederen de rijen gesloten om de macht te kunnen behouden, terwijl de oppositie met een riant salaris in de kamerbankjes wordt geparkeerd! Bovendien verliest de parlementaire democratie langzaam en zeker het vertrouwen en de instemming van het volk, omdat het bestel een regentesk karakter heeft gekregen door de partijen en steeds meer besluiten niet meer tot stand komen in het parlement, maar via handje klap in de achterkamer of door de ondemocratische organen in Brussel.
Wij moeten ons daadwerkelijk inzetten voor het volk door een nieuwe elite te vormen. Niet een zelfgenoegzame elite van arrogante betweters, maar een elite in dienst van het volk. Een politieke partij komt doorgaans alleen maar direct voor het volk op om populariteit en daarmee ook stemmen te winnen. Een beweging bestaat altijd en overal - zij heeft geen stemmen nodig om haar bestaansrecht te verzekeren en kan daardoor ongestoord groeien in aantal en geografische spreiding. Een politieke partij heeft niet de energie en de mentaliteit in zich om zich konstant en primair bezig te houden met het volk. Een politieke partij bestaat bij de gratie van haar ideologie en de beweging bij de gratie van het volk. Een politieke partij is in feite een klub, die een starre ideologische lijn volgt en die ideologie cultiveert als een doel op zich. Dat past naar mijn mening niet de manier, waarop een nationalist de politiek bedrijft en daarom zullen we ook altijd moeite hebben om een ideologie te formuleren vanuit ons denken. Ik zie zelf het konservatisme als de basis van onze visie op en ons denken over de samenleving. Roger Scruton wijst in zijn boekje “The meaning of conservatism” (Harmondsworth 1980) op de essentie van ons denken: “... He [the conservative] is concerned solely with the task of government, and his attitude defies translation into a shopping list of social goals. He looks with scepticism upon myths of equality and social justice; he regards universal political agitation with distaste, and the clamour for ‘progress’ seems to him no more than a passing fad,...”.(1) Ons streven is dus niet het opkomen voor het volk door middel van politieke agitatie, maar door het daadwerkelijk leiden van het volk als een waarachtige elite. Onze sterkte ligt niet in de utopische waarde van ons denken, maar in het beschermen en leiden van de samenleving op zich. Wij moeten het volk de fysieke en geestelijke strijdmiddelen geven om zich te kunnen te verdedigen in de vorm van organisatie, soldariteit en argumentatie.
Bovenal moeten we een voorbeeld zijn voor de rest van de mensen. We moeten uitblinken in wijsheid, inzicht, vlijt en samenwerken. Dit is de beste manier om mensen te schikken in de organische en solidaristische samenleving, zoals we die zelf graag willen verwerkelijken. Mensen moeten het gevoel hebben, dat ze serieus worden genomen en dat er daadwerkelijk voor hun belangen wordt gestreden en dat ze daar zelf een cruciale rol in kunnen spelen. We zullen de loyaliteit van het volk moeten oproepen en de fragmenten van het volk moeten aaneensmeden middels onze overtuiging, dat de natie alle standen, klassen en generaties overkoepeld in een organische geheel. Juist door een nieuwe elite te vormen en nieuwe maatschappelijke organen te vormen in de samenleving kunnen we een nieuwe moraal gemeengoed maken en het volk waarachtig vertegenwoordigen, waardoor het parlement buitenspel komt te staan. Langs deze weg kunnen we het meest effektief de samenleving omvormen. De meesten zullen beweren, dat het niet mogelijk is, omdat volgens hen het parlement de enige weg is en dat het altijd al is geweest. De geschiedenis geeft hen echter ongelijk. Het Ancien Regime van de absolute monarchie in Frankrijk werd onvergeworpen door een zelfbewuste Parijse burgerij, die de legitimiteit van de macht overhevelde naar een zelfgeschapen orgaan, namelijk het Parlement van Parijs. Het bleek later de aanzet te zijn voor de Franse revolutie. Zelfs in de 20ste eeuw zijn er vele voorbeelden te noemen, waarvan de meest revolutionaire de staatsgreep van Lenin in 1918 door de oprichting van de sovjets en die van Mussolini in 1922 door de instelling van de Grote Fascistische Raad. Wie niet waagt, die niet wint. E. J. Jung zei in 1934 nog als voorbode voor een Duitse revolutie tegen de Heidelbergse studenten: “Die Geschichte wartet auf uns, aber nur dann wen wir ihrer als wuerdig erweisen!” We hebben gezien, dat de parlementaire weg niet heeft gewerkt en dat het systeem zelf in weze verrot is en dus moet er een nieuwe koers komen - een revolutionaire koers!
Ruud (RP)
1 Roger Scruton, “The meaning of conservatism” (Harmondsworth 1980) 26.