N I E U W E   B E Z E M S
nummer 2, louwmaand 2000
 
 

Het Politieverhoor

rechten, omsingeling, confrontatie en leksignalen

De tip om te zwijgen bij het verhoor -zoals te lezen was in het artikel “Actietips, wouten en je rechten”- geldt vooralsnog als vuistregel. Maar of je nu iets verklaart of niet, het is altijd goed te weten hoe een verhoor verloopt en wat je rechten zijn. Een gewaarschuwd militant telt immers voor twee.

Zwijgen altijd beter?

Als je (samen met anderen) gearresteerd wordt bij een verboden demonstratie, plakaktie, een klein opstootje of anderszins een strafbaar feit van geringe aard is zwijgen altijd nog de gouden regel. Het zal een vervolging kunnen voorkomen omdat de politie niet de moeite zal willen doen om andere bewijzen te achterhalen als iedereen zwijgt. Maar als het strafbaar feit ernstiger is en jij de enige verdachte bent dan wordt het anders. De politie zal nu wel de moeite nemen om andere bewijzen dan enkel verklaringen te achterhalen en als je dan als enige, mogelijke dader verdacht wordt, kan jouw zwijgen wel nadeling werken, want indien uit andere verklaringen veel feiten en omstandigheden in jouw richting wijzen en jij daarover weigert te verklaren, heb jij kennelijk iets te verbergen. De rechter mag daaruit conclusies trekken. Zwijgen mag dan wel niet als een bekentenis worden gezien, maar het kan je wel extra belasten. Maar bekennen belast je natuurlijk nog veel meer!!

Het verhoor in juridisch kader

Verhoor is een ondervraging die een verdachte door daartoe bevoegde ambtenaren ondergaat. Het officiële doel van het verhoor dient slechts de waarheidsbevinding. De bij opsporingsambtenaren afgelegde en in een proces-verbaal vastgelegde verklaringen kunnen door de rechter als bewijsmateriaal worden gebruikt. Dus niet de verklaring zelf maar het proces-verbaal is dan het wettig bewijsmiddel. Het verhoor en het resulterend proces-verbaal moeten voldoen aan meerdere strafproceduele eisen, anders is het waardeloos bewijsmateriaal. De jurdische eisen voor het verhoor zijn geformuleerd in artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering (WvSv). Daaruit volgen de strafproceduele hoofdprincipes: 1. het in vrijheid afleggen van een verklaring, 2. het niet hoeven meewerken aan een eigen veroordeling en 3. het zoveel mogelijk opnemen van de eigen woorden van de verdachte. Ten eerste moet de verklaring in vrijheid worden afgelegd. Er mag geen pressie zijn in het verhoor waardoor niet in vrijheid kan worden verklaard. Bij pressie moet worden gedacht aan: beloften (als … dan mag je naar huis), bedreigingen (als … dan word je zwaarder gestraft) en misleiding (strikvragen, truuks, suggestieve vragen). Maar ook misbruik van de situatie mag niet voorkomen. Voorbeelden daarvan zijn het volledig overrompelen van een verdachte of het langdurig verhoren en daardoor uitputten van de verdachte. Maar het is natuurlijk onzinnig te zeggen dat er geen sprake zal zijn van enige druk in een verhoor. De ondervrager zal immers trachten door ‘overreding’ de verdachte zover te krijgen dat hij/zij over het strafbaar feit gaat verklaren. Ten tweede ben je niet verplicht te antwoorden, je hebt zwijgrecht. Dit recht moet uitdrukkelijk aan je worden verteld, deze mededeling is de cautieplicht van de ambtenaar. Als deze mededeling achterwegen wordt gelaten of niet in het proces-verbaal is gemeld, is het verhoor als bewijsmateriaal waardeloos. Of het verstandig is om te zwijgen of een ontlastende verklaring (waar of niet waar) af te leggen ligt aan de situatie. De rechter mag namelijk conclusies trekken uit de weigering tot verklaring, maar het mag natuurlijk nooit als een bekentenis worden gezien. Ten derde moet de verklaring van de verdachte zoveel mogelijk in zijn/haar eigen woorden in het proces-verbaal worden vermeld. Door over het strafbare feit te verklaren werkt een verdachte immers mee aan zijn eigen veroordeling. De verdachte levert zijn/haar eigen bewijsmateriaal aan. Daarom is dan ook de grootste nauwkeurigheid geboden. Ambtelijke en/of wettelijke formuleringen in verklaringen van de doorsnee verdachte versterken de indruk van de in de mond gelegde verklaringen. De bewijswaarde van zo’n verklaring is (zeer) beperkt.

“Ai waant toe caoll mai loiwjaar”

Iedereen die iets te veel Amerikaanse politiereeksen op TV heeft gekeken, denkt misschien dat je het recht hebt om je advocaat te bellen om je bij te staan bij het politieverhoor. Artikel 24 WvSv regelt de aanwezigheid van de raadsman (advocaat) bij het verhoor door de rechter. Artikel 186 WvSv bevoegt de raadsman het verhoor door de rechter-commissairs bij te wonen. Artikel 50 WvSv geeft aan de raadsman, onder een aantal voorwaarden, het recht om met de verdachte te spreken. De raadsman dient bijvoorbeeld rekening te houden met ‘de huishoudelijke reglementen’. Zo zou het politieburo bijvoorbeeld geen bezoeken meer kunnen toestaan na 22:00 uur. Het politieverhoor wordt niet genoemd. En volgens een uitspraak van de Hoge Raad van 22 november 1983 heeft de opvatting dat een raadsman de verdachte tijdens een politieverhoor mag bijstaan geen ondersteuning in het recht. Je hebt dus niet het recht je te laten bijstaan door een advocaat bij een politieverhoor. Wel heeft de raadsman het recht de verdachte te spreken mits het niet strijdig is met huishoudelijke reglementen.

De aanvang van het politieverhoor

Een goede verhoorder zal een goede ‘werksfeer’ proberen te creëren. De wout zal proberen een goede ‘werkrelatie’ met de verdachte op te bouwen zodat er een ‘goed gesprek’ kan volgen. Dit betekent dat er meestal gekozen zal worden voor een rustig begin. De situatie waarin de verdachte zich verkeerd zal hem worden uitgelegd. Er zal gevraagd worden hoe de verdachte zich daarbij voelt. Zo’n antwoord zal gevoelens bevatten en de wout zal die gevoelens bespreken zodat de verdachte zich meer op zijn gemak voelt en eerder bereid is om met de wout in gesprek te gaan. Tegelijkertijd geeft dat de wout de mogelijkheid uit te vinden hoe de verdachte ‘in zijn vel zit’. Is hij/zij gespannen, nerveus, verdrietig of agressief? Hierop zal de agent zijn verhoorstrategie kunnen aanpassen. Hierna zal er geleidelijk worden overgegaan tot een zaakgericht gedeelte.

Communicatie

“Verhoren is communiceren!” verklaart de politiehandleiding. Door goed te letten op de manier waarop de ander iets zegt, kan men vaak veel te weten komen over de boodschap die de ander wil geven of onbewust geeft. Het gaat er dus niet alleen om wat iemand zegt, maar ook om hoe iemand het zegt. Enkele voorbeelden van niet-woordelijk gedrag zijn: gezichtsuitdrukkingen, oogcontact, lichaamshouding en gesprekstoon. Deze vorm wordt ook gebruikt om de verdachte te beïnvloeden. De wout zal een ontspannen houding aannemen om te laten zien dat hij open staat voor wat de verdachte te vertellen heeft. Daarnaast stelt de wout de verdachte met een rustige houding sneller op z’n gemak. Door natuurlijk oogcontact zal de wout proberen aan te geven dat hij de verdachte serieus neemt. Daarnaast zal de wout de verdachte aanmoedigen door aan te sluiten bij wat hij/zij zegt. Door kleine aanmoedigingen zoals gebaren, knikken, maar ook opmerkingen (bv. “en toen?”, “ja, ga door” en “ja, ja”) en zelfs door stiltes te laten vallen.

Manier van vragen stellen

Door vragen te stellen stimuleert de wout de verdachte zoveel mogelijk informatie te verstrekken. Er wordt over het algemeen een technisch onderscheid gemaakt tussen open en gesloten vragen. Gesloten vragen kunnen vaak alleen maar met ‘ja’ of ‘nee’ worden beantwoord. Voorbeelden zijn: ‘Ben je vaker daar geweest?’ en ‘Was dat jouw wagen?’. Dit soort vragen wordt het liefst vermeden. Ze zijn niet erg uitnodigend en ook vaak suggestief. Open vragen bevorderen het gespreksverloop. Open vragen zijn vragen waarop niet met ‘ja’ of ‘nee’ kan worden geantwoord. Ze beginnen meestal met: wie, wat, waar, wanneer, waarmee, waarom, welke of hoe. Het uitgangspunt van een open vraag is dat de verdachte zijn verhaal doet. Antwoorden op open vragen zijn ook langer en bieden een verhoorder ook meer aanknopingspunten voor nieuwe vragen. “Hoe meer de verdachte aan het woord is, hoe meer informatie hij daardoor automatisch aan de verhoorder verstrekt.”, schrijft de politiehandleiding. Een verklaring op basis van gesloten vragen kan een verdachte makkelijker intrekken omdat de inhoud grotendeels voortkomt uit de vragen van de verhoorder, de verdacht moest immers alleen bevestigen of ontkennen. Een verklaring op basis van open vragen is moeilijker in te trekken, omdat de meeste details afkomstig zijn van antwoorden van de verdachte en niet uit de mond van de verhoorder.

Reflecteren van gevoel

Emoties kunnen het geven van zakelijke informatie sterk beïnvloeden. De informatie zal dan sterk ‘gekleurd’ zijn. Emoties werken soms volledig blokkerend. Er zal vanuit de verdachte geen inhoudelijke informatie kunnen worden verwacht. Hij richt zijn energie volledig op zijn emoties. De emoties zullen dus ‘afgebouwd’ moeten worden, de enige manier om daarvoor te zorgen, is het besteden van aandacht aan deze emoties. Dit doet een wout door het ‘reflecteren van gevoelens’ door een opmerking over de emoties van de verdachte in waarnemende zin. Voorbeelden zijn: “Schrik je van deze vraag?”, “Ik merk dat je daar ontzettend kwaad over bent?” of “Ik zie dat je nogal verdrietig bent, of heb ik het mis?”.

Confrontatie

De belangrijkste gesprekstechniek tijdens het verhoor is het confronteren. De wout past confrontatie toe als de verdachte tegenstrijdige verklaringen aflegt, informatie verstrekt die strijdig is met technische aanwijzingen of als de verdachte niet-woordelijke informatie verstrekt die anders doet vermoeden dan verklaard wordt. De confrontatie is hét legale drukmiddel van de verhoorder. Als een confrontatie goed wordt uitgevoerd zal de mentale druk bij de verdachte sterk toenemen. Bij een confrontatie zal de wout zijn best doen om de verdachte niet af te leiden door de toon van de confrontatie. De wout zal zijn best doen een beschuldigende of moraliserende toon te vermijden, omdat een verdachte dan eerder op de toon van de confrontatie zou kan ingaan, dan op de inhoud van de confrontatie. Een confrontatie heeft de vorm van een korte samenvatting van de tegenstrijdigheid gevolgd door een open vraag naar verduidelijking.

Tactische aanwijzingen

Het grootste wapen in de handen van de verhoorder zijn de technische aanwijzingen die de verdachte belasten. Een tactische aanwijzing is bijvoorbeeld de bewering van een ooggetuige die jouw kenteken heeft genoteerd. Maar veel tactische aanwijzingen kunnen uit de hand van de verhoorder worden geslagen door jezelf genoeg uitvluchtmogelijkheden open te laten.

Omsingelen

De verhoorder zal de relatieve waarde van een tactische aanwijzing vergroten door de uitvluchtmogelijkheden eerst af te dichten. Dit wordt ook wel ‘het omsingelen van tactische aanwijzingen’ genoemd. Omsingelen is het op gestructureerde wijze doorvragen naar aanleiding van een tactische aanwijzing, om eventuele latere uitvluchten te voorkomen en daarmee de relatieve waarde van deze aanwijzing te vergroten. De wout zal de ontsnappingsmogelijkheden afdichten door de verdachte per tactische aanwijzing relaties te laten bevestigen of uitsluiten, zodat de verdachte bij de latere confrontatie met de tactische aanwijzing zich heeft vastgelopen in een web van relaties. Bij deze relaties moet je denken aan het schema: aanwijzing <-> voorwerp <-> persoon <-> plaats <-> tijdstip. In het voorbeeld van de ooggetuige die jouw kenteken heeft gezien zal de wout eerst de relatie tussen jou en jouw wagen door jou laten bevestigen. Dan zal je later niet kunnen zeggen dat misschien iemand anders met jouw wagen heeft gereden. Vervolgens zal de wout zich richten op de relatie met de plaats en het tijdstip van het delict. Bij de praktische uitvoering van het omsingelen heeft de wout de volgende aandachtspunten: trechteren en constateren. Het trechteren is het verhoren van algemeen naar specifiek. De wout zal dat doen om niet direct te laten blijken op welke specifieke informatie (relatie tot tactische aanwijzing) hij uit is. Hij wil geen informatie prijsgeven, hij gebruikt dus open vragen. Hij zal zoveel mogelijk details vragen. Eén of meerdere malen zal hij de informatie die de verdachte verstrekt samenvatten en vragen om deze te bevestigen, dat is het constateren. Elke constatering dient een uitvluchtmogelijkheid af te sluiten. Om terug te komen op het voorbeeld van het genoteerde kenteken, daarbij zal de verhoorder eerst algemene vragen stellen over bv. vakantiereizen (autoreizen) om dan langzamerhand te trechteren naar het gebruik van jouw wagen, om dan uiteindelijk de constatering door jou te laten bevestigen dat je jouw wagen nooit uitleent.

Zwaarte van confrontatie

De verhoorder begint pas met confrontaties als alle, in de zaak beschikbare, aanwijzingen zijn omsingeld, want bij het confronteren geeft de wout prijs over welke tactische aanwijzingen hij beschikt en dat zal hij pas doen als de verdachte daarvoor geen uitvluchtmogelijkheden meer heeft. Het belangrijkste doel van confronteren is om druk op te bouwen, met als uiteindelijke doel een bekentenis te forceren, maar niet elke confrontatie is even ‘zwaar’ voor een verdachte. De confrontatie met een vaag signalement is natuurlijk minder erg dan met een foto. Maar ook de bewijskracht van een foto kan tot nul worden gereduceerd als je maar een goede uitvluchtmogelijkheid hebt opengelaten. Ook is een confrontatie met een verklaring van een politieagent zwaarder dan een verklaring van een anonieme bron. Maar een confrontatie met door jezelf geuite tegenstrijdige verklaringen is nog zwaarder, omdat je onmogelijk de betrouwbaarheid van die bron (jezelf) in twijfel kan trekken. Een confrontatie met zogenaamde signalen kan ook behoorlijk zwaar zijn. De verhoorder zegt dan hardop welke signalen hij op dat moment waarneemt.

Signalen

De verhoorder let op leksignalen die de verdachte onbewust geeft. Deze signalen kunnen aangeven dat een verdachte niet de waarheid spreekt. Niet-woordelijke signalen zijn: zweten (begint op de bovenlip en het voorhoofd), een droge mond hebben (om wat te drinken vragen), (veel) roken, blozen, tics in het gezicht, veelvuldig aanraken van het hoofd, de neus, mond en oren, het tikken met de handen en voeten, het spelen met voorwerpen, het vermijden van oogcontact, spannen van spieren, verdikking van de aderen, winden laten, boeren laten en een starre zithouding. Woordelijke signalen zijn: veelvuldig herhalen dat de waarheid gesproken wordt (‘ik zweer je, echt waar, om je de waarheid te vertellen’), het terugspelen van de bal (‘hoe is het dan wel gebeurd?’), het vermijden van bepaalde thema’s (‘kan me daarover niks herinneren, geen commentaar’), korte antwoorden, stemvolume, spreeksnelheid, trillen van de stem, stotteren, aarzelingen, stopwoorden, het terugvallen op dialect en korte ontkenningen (‘ik was het niet, nee, absoluut niet’). Het gaat bij een confrontatie met leksignalen vooral om het verschil tussen wat de verdachte zegt en de signalen die hij daarbij toont. Een ander soort signalen zijn bekensignalen, de wout leidt daaruit af dat de verdachte wil gaan bekennen. Dit kunnen lange denkpauzes zijn (stiltes), het vragen om pen en papier of vragen naar de mogelijke straf.

Algemene werkwijze

Bij de algemene werkwijze van de verhoorder gaat het vooral om het samenspel van het minimaliseren van weerstand, het omsingelen van aanwijzingen, het confronteren en bekrachtigen tijdens het verhoor, teneinde de verdachte te bewegen tot het afleggen van een sluitende verklaring (een bekentenis). Eerst zal de verhoorder proberen de aanwijzingen te omsingelen. Hierna zal hij beginnen met een vrij lichte confrontatie, hij staat de verdachte toe zich gemakkelijk te corrigeren zonder veel gezichtsverlies. Als de verdachte zich corrigeert zal de wout dit bekrachtigen door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Goed dat je hierover duidelijkheid verschaft.’, maar ook met kleine beloningen in de vorm van aanmoedigende woordjes zoals: ‘goed’, ‘prima’, ‘fijn’ en ‘oke’. Deze bekrachtigingen moet de verdachte zover krijgen bij latere zwaardere confrontatie ook zijn verhaal te corrigeren. Hierbij zal de wout erop letten dat de verdachte voldoende tijd krijgt om zijn verklaring aan te passen en dat de verdachte kans krijgt te ‘herstellen’ van de vorige confrontatie. Dit alles om een goede werkrelatie te behouden, want de verhoorder zal de confrontaties namelijk beetje bij beetje zwaarder maken. Hij bouwt de confrontaties kwa zwaarte, tijd en frequentie op. Daarbij beloont de verhoorder de verdachte telkens als hij zijn verklaring corrigeert. Deze werkwijze zorgt ervoor dat de verhoorder en de verdachte gezamenlijk in de richting van een sluitende verklaring gaan. Schematisch ziet dat er dus zo uit:
--o---o--o--o--o-o-o-oC--------oC----oCC----oCCC
(- = tijdseenheid, o = omsingeling, C = confrontatie)


Hoe saboteer ik mijn verhoor?

Nu weet je ongeveer waar de verhoorder aandenkt en hoe hij te werk gaat. Maar wat heb je eraan als je bent opgepakt en je moet jezelf eruit zien te lullen? Alle zwakke plekken in de verhoorstrategie moet je aangrijpen om het te saboteren. Hieronder is getracht de verhoorsaspecten en de sabotagemogelijkheden schematisch op een rijtje te zetten:

1. Causatieplicht
Het zou natuurlijk prachtig zijn als de wout vergeet je te vertellen dat je het recht hebt om te zwijgen, of het vergeet op te nemen in het proces verbaal. Het verhoor is daarmee ongeldig. Misschien kan je de wout verleiden niet aan de cautieplicht te voldoen, door hem te zeggen dat je ‘je rechten’ al kent, waarop hij ze misschien niet zelf zal uitspreken.

2. In vrijheid afleggen van de verklaring
Probeer zinsneden in het proces verbaal te krijgen waarvan later gezegd kan worden dat het wijst op ongeoorloofde druk, beloften of bedreigingen.

3. Zoveel mogelijk eigen woorden opnemen in het proces verbaal
Probeer zomin mogelijk eigen woorden in het proces verbaal te krijgen, of althans de schijn zo groot mogelijk te maken dat het niet jouw woorden zijn, praat als een wout. Of zeg vaak ‘leg me geen woorden in mijn mond’.

4. Goede werksfeer
Voorkom een goede werksfeer. Laat je emoties welig tieren, ga vooral in op de toon van de verhoorder, en andere bijzaken, om zomin mogelijk over de zaak te moeten praten. Dus reageer op hoe iets gevraagd wordt en niet op wat er gevraagd wordt.

5. Aanmoedigingen
Trek je niks aan van aanmoediging zoals, ‘Goed zo’, ‘ja, ja’, ‘ga verder’ en let er vooral op dat jij niet de stiltes gaat opvullen die de wout bewust laat vallen.

6. Open vragen
Je kunt het proberen vol te houden dat je alleen antwoordt op gesloten vragen en weigert te antwoorden op open vragen. Als je dit lukt heb je een enorm voordeel. De wout zal zich bloot moeten geven en bijna alle woorden in het proces verbaal komen dan uit zijn mond. Je laat dan natuurlijk wel duidelijk blijken dat je iets te verbergen hebt, maar soms is dat niet erg.

7. Omsingelen
Wees zeer alert op omsingelingen. Vraag je steeds af waar de wout naartoe ‘trechtert’, probeer te raden welke relaties hij wil vaststellen. Wat zou de tactische aanwijzing zijn die hij probeert te omsingelen? Verzin alvast een uitvlucht. Blijf algemeen, begin zelf niet over specifieke dingen, waar hij op in zou kunnen spelen. Wanneer hij begint te constateren en je vraagt of dat juist is, dan is hij bezig een vluchtweg af te dichten, probeer er onderuit te komen, misschien door botweg ‘zou kunnen’ of ‘dat zijn jouw woorden’ te zeggen, i.p.v. een volmondige bevestiging.

8. Confrontatie
Ga bij een confrontatie in op de toon en niet op de inhoud, als je geen uitweg meer ziet.

9. Signalen
Let erop niet te veel te zweten, geef lange antwoorden zonder veel inhoud, spreek rustig (ABN), gebruik geen stopwoorden, ga niet zenuwachtig tikken, enz.

10. Uitweg (smoesje)
Een goede uitweg is vaak iets wat voor de wout genoeg ‘ontdekkingswaarde’ heeft. De verklaring dat je ‘s nachts op een bepaalde plaats was omdat je net de eendjes aan het voeren was, heeft minder ontdekkingswaarde dan dat je ‘bekent’ naar de hoeren te willen gaan. Het gaat erom dat de laatste verklaring ook iets is wat je zou willen verbergen en daarom past het beter in je gedrag, een wout is eerder tevreden met zulke ‘sappige’ smoesjes dan met alledaagse. En voordat je met het smoesje komt zou je er goed aan kunnen doen ‘bekensignalen’ te geven, laat lange stiltes vallen, vraag om pen en papier, en verklaar dan heel serieus en met veel geveinsde moeite je uitweg, in lange zinnen zonder de woorden ‘ik zweer het, echt waar, enz.’. Je kunt beter valselijk bekennen een hoerenloper te zijn, dan je te laten omsingelen voor het ernstig strafbaar feit waarvoor je wordt verhoord.

Tot slot

Deze tekst is enkel voor educatieve doeleinden geschreven, ik wil niemand tot iets illegaals aanzetten. Dus niet doen, foei! Jij blijft altijd nog zelf verantwoordelijk voor je eigen daden.

‘Sjefke’ Heesakkers

 
 

Iedereen mag NB kopieëren en verspreiden. Louwmaand 2000
Accept Visa/MC | Jewelry Directory | Shade Products | Shades | Blognoodles